Ondernemen

Zeven fouten die ik maakte met mijn eigen webshop

Vier jaar PlasmaGans, en genoeg misstappen om er een lijst van te maken. Ik zet ze op een rij omdat ik ze bij klanten telkens terugzie, en omdat je ze allemaal kunt voorkomen.

Door Olivier Popelier 10 min lezen

Ik heb vier jaar een eigen webshop gerund. Niet als proef, maar als bedrijf met voorraad, klanten en een boekhouder. Dat is de reden dat ik nu winkels voor anderen bouw, en het is ook de reden dat ik weet waar het misgaat.

Hieronder zeven dingen die ik fout deed. De meeste kostten geld, een paar kostten alleen tijd, en eentje had ik binnen een week kunnen weten.

Een: te veel producten

Ik begon met achtenveertig artikelen omdat ik dacht dat keuze goed was. Na een jaar bleek dat zes producten samen ruim tachtig procent van de omzet deden.

Die andere tweeënveertig kostten wel geld: voorraad die lag, foto’s die gemaakt moesten worden, teksten die geschreven moesten worden, en een winkel waarin niemand meer wist waar hij moest kijken.

Wat ik nu zou doen: beginnen met acht tot twaalf producten en pas uitbreiden als er een reden is. Een smalle winkel die iets goed doet verkoopt beter dan een brede die alles half doet.

Twee: een verzendtarief dat geld kostte

Dit is de duurste. Ik rekende €4,95 verzendkosten omdat de concurrentie dat deed. Wat ik niet had uitgerekend: mijn gemiddelde pakket kostte me €6,75 met verzekering, plus verpakking en het label.

Elke bestelling onder de gratis-verzendgrens kostte me dus ruim twee euro. Bij zo’n tachtig van die bestellingen per maand is dat honderdzestig euro per maand aan zelf gecreëerd verlies.

Reken dit uit voordat je opengaat

Neem je werkelijke tarief bij de vervoerder, tel de verpakking erbij, en tel er iets bij voor de pakketten die kwijtraken. Dat getal is je kostprijs. Ga daar niet onder zitten om aardig gevonden te worden.

Drie: de gratis-verzendgrens te laag gezet

Mijn grens stond op €35 terwijl mijn gemiddelde bestelling €31 was. Dat lijkt slim, maar het betekende dat bijna iedereen er net overheen kwam met één goedkoop extra artikel, en dat ik dus bijna nooit verzendkosten in rekening bracht.

Toen ik hem naar €45 verhoogde gebeurde er twee dingen: de gemiddelde bestelling ging omhoog naar €38, en ik ontving weer verzendkosten van de rest. Het aantal bestellingen daalde nauwelijks.

Vuistregel: zet je grens op ongeveer anderhalf keer je gemiddelde bestelling, en meet daarna wat er gebeurt.

Vier: te veel voorraad inkopen

Bij mijn tweede inkoop ging ik voor de staffelkorting: vijfhonderd stuks in plaats van tweehonderd, twaalf procent goedkoper per stuk. Klonk logisch.

Wat ik niet meerekende: dat geld stond veertien maanden vast in dozen op zolder. Die twaalf procent korting kostte me alle ruimte om iets nieuws te proberen, en toen er een variant bijkwam die beter verkocht kon ik er niets mee.

Wat ik nu zou doen: kleiner inkopen en vaker. De korting die je misloopt is bijna altijd minder waard dan de vrijheid die je overhoudt.

Vijf: te laat begonnen met e-mail

Ik zette Klaviyo pas in maand elf aan. Al die tijd waren er mensen die iets in hun winkelwagen legden en wegliepen, en ik deed er niets mee.

De eerste maand na het instellen van drie eenvoudige flows kwam er ruim veertienhonderd euro binnen die er anders niet was geweest. Dat is geen slimme truc; dat is gewoon opruimen wat er al lag.

Zet het aan voordat je opengaat. Ook met nul contacten. Dan draait het vanaf je eerste bezoeker.

Zes: zelf productfoto’s maken

Het eerste jaar deed ik de foto’s zelf met een telefoon op de keukentafel. Ik dacht dat ik daarmee achthonderd euro bespaarde.

Toen ik uiteindelijk een fotograaf inhuurde voor een dag, ging de conversie op de productpagina’s van 1,4 naar 2,2 procent. Op de omzet die ik toen draaide had die dag zich binnen zes weken terugverdiend.

Foto’s zijn het enige wat een bezoeker echt van je product ziet. Het is de laatste plek om te bezuinigen.

Zeven: naar de verkeerde cijfers kijken

Ik keek elke ochtend naar bezoekersaantallen. Dat voelde alsof ik het bijhield, maar bezoekers zijn een ijdel getal: ze gaan omhoog van een bericht op sociale media en zeggen niets over of je bedrijf werkt.

Wat ik had moeten volgen:

CijferWaarom het telt
Gemiddelde bestelwaardeHet makkelijkst te beïnvloeden en het rekent direct door naar je marge.
HerhaalaankopenAls niemand terugkomt, koop je elke verkoop opnieuw.
Marge per productJe best verkopende artikel is niet altijd je meest winstgevende.
Conversie op mobielDaar komt het meeste verkeer vandaan en daar gaat het meeste mis.

Toen ik daarop begon te sturen ging de omzet niet meteen omhoog, maar de winst wel. Dat is een verschil dat je pas ziet als je het uitrekent.

Wat ik ervan meeneem

Geen van deze fouten was dom op het moment dat ik hem maakte. Ze waren allemaal logisch met de kennis die ik toen had, en dat is precies waarom ze zo vaak voorkomen.

Wat ze gemeen hebben: ik ging in vijf van de zeven gevallen af op wat anderen deden, in plaats van op mijn eigen cijfers. Het verzendtarief van de concurrent, de staffelkorting die iedereen pakt, de brede catalogus omdat webshops nu eenmaal veel producten hebben.

Je eigen cijfers zijn saaier, maar ze kloppen wel.

Een van deze fouten herkennen?

Vertel me waar je tegenaan loopt. Ik denk graag mee, ook als er geen opdracht uit komt.

Stuur een bericht
Verder lezen